blog/Brave New World

Makers van Cory Doctorow: een coole naam doet ook al veel

De Cobra-redactie stopte mij een paar weken geleden een boek in de handen van Cory Doctorow, die de geeks onder ons ongetwijfeld meteen herkennen als één van de schrijvers achter de populaire blog BoingBoing en als allround kenner van innovatie, nieuwe technology en web 2.0.  “Makers”, zijn nieuwste fictiewerk, probeert het midden te houden tussen science fiction, een economische visie en een roman, een evenwicht dat in dit verhaal regelmatig zoek raakt.

We volgen een groepje mensen die bij de fusie van Kodak en Duracell tot, jawel, Kodacell, de kans krijgen hun eigen ideeën naar de markt te brengen, en daarbij van nabij gevolgd worden door een blogster. De speelse en artistieke achtergrond van de twee creatieve breinen leidt natuurlijk tot de nodige spanningen met de zakelijke bedoelingen van hun financiers.

Het is sowieso niet makkelijk een boek te schrijven dat zich afspeelt in de nabije toekomst.  1984 en 2001 (… a Space Oddessey) klinken nu misschien wel letterlijk passé -alhoewel de boeken zelf het allerminst zijn- maar Aldous Huxley en Arthur C. Clarke kozen die data omdat ze zich bij het schrijven op veilige afstand bevonden. Niemand kon met zekerheid zeggen hoe het in werkelijkheid zou uitdraaien en op die manier konden ze behoorlijk ver gaan in hun visie.

Doctorow baseert zich in zijn toekomstbeeld wel heel vaak op dingetjes die hij als blogartikel op BoingBoing post. Zichzelf replicerende 3D printers bijvoorbeeld: de Reprap is een prachtig project, maar het feit dat we er alles kunnen over lezen op Wikipedia en er zelf ook mee aan de slag kunnen gaan, maakt het misschien net iets minder visionair. Hetzelfde kan gezegd worden over de in het boek voorspelde maatschappelijke evoluties: misschien allemaal net te dichtbij? Als je dan in een boek ‘the next big thing’ gaat verzinnen, dan kan je niet anders dan teleurstellen, vrees ik.

Is het wel science fiction dan? Er schuilt namelijk ook een behoorlijk betoog in het boek pro ondernemerschap en creativiteit, met daartegenover het ‘establishment van de grote ondernemingen’. Doctorow vindt in het boek de ‘Nieuw Werk’ beweging uit, waarbij creatieve geesten de ruimte en middelen krijgen om markten te veroveren. Een eigen stille wens van de schrijver misschien, die zichzelf als de verslaggever van het ontstaan ervan ziet? In elk geval lezen we iets over de initiatiefnemers en de eerste projecten. Maar hoewel we ook meteen de ondergang mogen meemaken is hij over de redenen daarvoor behoorlijk summier en is het allemaal mager onderbouwd. Geen business novel à la ‘The goal’ van Goldratt dus (een klassieker in het genre en een leestip voor fans van productieoptimalisatie).

Wat met de kwaliteiten van ‘Makers’ als roman? Ai, dat is meer het werk van een boekendokter denk ik.  Maar goed, als lezer kan ik zeggen dat de personages wat aan de platte kant waren en dat ondanks het aantal bladzijden (606) er sprongen gemaakt werden die ik niet geheel netjes vond. Er moest dan ook (te)veel aan bod komen.

Ik ga het daarbij houden, denk ik. ‘Makers’ van Cory Doctorow was niet onaangenaam om te lezen maar in geen van de dingen die het poogt te zijn is het een hoogvlieger. Behalve misschien hierin: alle boeken van Doctorow verschijnen onder een Creative Commons licentie. Dit laat mensen toe om ze voor niet-commerciële doeleinden te kopiëren of te hergebruiken. En in deze tijden van copyright-excessen is dat een verademing.

Welcome to Prison Valley

Freelance fotografen en – journalisten hebben het vandaag de dag moeilijk. Media plooien op hun eigen loontrekkend personeel terug die nauwelijks hun desk verlaten. Kranten kiezen voor goedkoop materiaal: opinies, lifestyle-stukken en vertalingen van artikels die eerder verschenen in kranten in het buitenland. “The notion that the news media are shrinking is mistaken. What is shrinking, though, is original reporting. “ (The State of the Media)

De fotojournalist Guillaume Herbaut van het ondertussen ter ziele gegaan agentschap l’Oeil Public is dan maar op eigen houtje naar Tsjernobyl getrokken en heeft er een leuke fotoblog  over gemaakt samen met een ex-medewerker van La Libération. Leuk om even online te verpozen.

Overigens, even verderop in Moskou houdt de Belg Dirk Paesmans van het internetcollectief Jodi.org een workshop in de galerij van de 29 jarige schone Daria Zukhova, de vriendin van Roman Abramovich.

Internetkunst is een beetje zoals Tsjernobyl. Getaand. In de HTML code van Jodi uit 1995 zaten bovendien al diagrammen voor uraniumbommen verborgen. 
 
Maar waar wilden we het nu wel over hebben? Juist ja, webdocumentaires.
Een aantal freelance journalisten hebben daar nu hun hoop op gesteld. Zoals de ex-collega van Guillaume, David Dufresne, die naar Canon City is getrokken in Colorado. Een stadje met 36.000 zielen en 13 gevangenissen: “Welcome to Prison Valley”, in opdracht van Arte TV. En opgelet, web documentaires vormen geen linear verhaal. Welkom ook aan de verhaalkunst van de toekomst. Veel klik & kijkplezier.

Help, computers!

Ik ben al jaren helpdesk tegen wil en dank. Ik los bij familie, vrienden en kennissen problemen op, en geef raad en aankoopadvies over zaken waar ik niet noodzakelijk meer verstand van heb dan een willekeurige schrijnwerker uit Erps-Kwerps. Het is allemaal een onvermijdelijk gevolg van een job in de ICT, en ik heb mijn lot leren aanvaarden.

Joseph Wright - schilderij The AlchymistMaar misschien is het ook mijn eigen schuld. Wanneer men mij vraagt wat ik doe, durf ik mij al eens te beperken tot een cryptisch ‘iets met computers’. Daarna wacht ik even af of er meteen een waas voor de ogen van mijn gesprekspartner verschijnt of die zelfs wit wegdraaien en dan weet ik of ik wat meer in detail mag gaan of er beter meteen mee ophoud. ICT is voor velen een mysterie, en men wil alleen het goud zien dat het resultaat is van de alchemie, maar zeker niet in aanraking komen het lood dat aan de basis ligt.

Nochtans is het allemaal niet zo moeilijk, denk ik dan. Als je kookt neem je toch ook verschillende ingrediënten en voer je de recepten zo nauwgezet mogelijk uit? En dat niet iedereen een sterrenchef wordt, is perfect begrijpelijk, maar de meeste mensen kunnen toch een eitje koken, niet?

Enfin, blijkbaar is er toch een speciale affiniteit met bits en bytes voor nodig en misschien zijn IT’ers inderdaad de alchemisten van de 21ste eeuw. Met formules en geheime ingrediënten aan de slag om stiekem de wereld over te nemen en het internet als een moderne Steen der Wijzen. We zijn in elk geval al zover dat de “nerd look” ondertussen cool bevonden is en dat iedereen verslaafd is aan het internet.

Even de collega’s erop wijzen dat alchemisten regelmatig op de brandstapel terecht kwamen. Vandaar dat het toch aangewezen is om vriendelijk te blijven wanneer iemand weer eens om hulp vraagt. Dat deden ze in de Middeleeuwen waarschijnlijk ook al.

Het sex-appeal van archieven

Digitale archieven zijn sexy. Natuurlijk oefent stoffig papier een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit – leren banden met vervaagde letters, rij na rij, in houten kasten, meer dan manshoog. Natuurlijk zijn het mooie momenten wanneer de diacollectie in familiekring nog eens boven gehaald wordt. Maar in digitale vorm verliezen archieven niets van hun allure.

Wat ze verliezen qua tactiel genot maken ze namelijk goed in dimensie en diepte. Kijk maar naar Youtube, waarin iedereen al wel eens een paar uur verdwaald is bij het bekijken van grappige videos.  Of Flickr. Of Cobra.be natuurlijk, want anders had u nooit die fantastische afleveringen van Container of Kunstzaken teruggevonden.

Foto-, tekst- en filmarchieven weet iedereen ondertussen wel te gebruiken, maar er is meer digitaal goed te bewaren. Er wordt bijvoorbeeld al intensief nagedacht hoe we games kunnen bewaren voor het nageslacht. Of games ook kunst zijn, daar bestaat bij sommigen nog twijfel over, maar dat ze kenmerkend zijn voor de opgroeiende generatie staat als een paal boven water.  Verschillende gamefanaten proberen oude spelletjes speelbaar te houden (probeer de klassieker PONG maar eens) en de eerbiedwaardige Library of Congress wil zowel de consoles als de spelletjes zelf bewaren voor nageslacht.

Het internet zelf (of toch de verzameling immer veranderende websites die we met dat begrip aanduiden) vormt nog een uitdaging. Hoe zag de website van klara.be er vorig jaar ook weer uit? Het “Internet Archive” probeert met de WaybackMachine een antwoord te bieden. Gewoon de website ingeven en het juiste jaartal kiezen, en hup: we stellen vast dat de website van de VRT in 1999 nog niet bijzonder veel voorstelde.

Eigenlijk is het ironisch. Terwijl we fysieke objecten digitaliseren om ze te bewaren en toegankelijk te maken gaat veel recent digitaal materiaal verloren. Iedereen is al wel eens foto’s kwijtgeraakt of heeft een pak mails verloren door een gecrashte harde schijf.  Digitaal materiaal blijkt soms vluchtig, ondanks de belofte van bewaring voor de eeuwigheid.

Of we nu willen dat onze gênante vakantiefoto’s over 30 jaar nog altijd terug te vinden zijn, is een andere vraag. Een vraag die ik me de laatste keer dat mijn vader de dia’s uit mijn kindertijd bovenhaalde ook heb gesteld. Zo zie je maar dat sommige dingen niet veranderen.

Rundskop

Productiehuizen draaien hoe langer hoe minder reclamespots en hoe langer hoe meer fictie. Dat komt omdat bedrijven televisiespots niet fiscaal kunnen aftrekken en fictie wel. Met tax shelter genieten investeerders belastingvrijstelling tot 150 % van de som die ze steken in langspeelfilms, documentaires en fictiereeksen. In België zijn er zo sinds 2003 een kleine 600 audiovisuele producties tot stand gekomen.

Binnenkort komt daar de film Rundskop bij met Matthias Schoenaerts in de hoofdrol.  Een aantal vrouwen die ik ken, vinden hem een mooie man. Maar aangezien hij voor deze film over de hormonenmaffia 20 kilo spiermassa heeft gekweekt, verwijs ik toch even naar de foto’s op de Facebookpagina van Rundskop.

In Brussel is er in videotheek waar je zowel een film met Matthias Schoenaerts als Romy Schneider kunt lenen en dat is de Excellence.

Ik kom er graag. In de Excellence word je geholpen door dames die zo uit een Burlesque show komen. Ondanks al die troeven gaat het toch niet goed met de Excellence. Ze moeten de duimen leggen tegen Bittorrent en tegen eenieder die gratis films downloadt van het net.  Ze willen nu een coöperatie opstarten, waarbij klanten lid kunnen worden voor 15 EURO per aandeel.

Misschien moeten ze richten op de mobiele telefoon als device om films te bekijken, want die afzetmarkt zit wel degelijk in de lift.  Bedrijven als Blockbuster in de US lenen films uit voor de mobiele telefoon. Flo Tv of Bitbop slijten een mobiel abonnement met televisieseries.

Op Twitter las ik dat er nu al 412.000 iPhones zouden circuleren in België. Dat is al een aardige markt om Rundskop tegen betaling downloadbaar te maken. Wel vervelend als er dan iemand belt. Misschien moeten ze bij aanvang eerst die medeling tonen dat telefoons op stil moeten gezet worden. Zo’n 90 minuten lang liefst.

TAGS:

La musica de Barcelona

De hoogdagen van de elektrische gitaar liggen achter ons. Tot dat besef kwam ik vorige week in Barcelona, terwijl ik bewonderend naar een demonstratie van de Reactable keek.

Het is een innovatief instrument waarmee je muziek maakt door blokjes met verschillende patronen op een scherm te leggen. Meer een tafel eigenlijk, vandaar de naam. Elk blokje heeft een verschillende functie: sequencers, loops, filters, beats… Alles waar een hippe muzikant van droomt.

Niet dat de gitaar dood is. Maar stilaan gaat ze de weg op van de trombone of de pauk. Overbekend en gebruikt in menig gekoesterd muziekstuk. Geapprecieerd door kenners en aangeleerd in de muziekschool. Maar niet langer de basis van elke nieuwe song. Het is een evolutie die door Moog en Kraftwerk gestart is, en in de jaren `80 nog tot een verwoede strijd leidde. Elektronische muziek was iets waar gitaarfanaten op neer keken. ‘Grunge’ was een opflakkering, een laatste stuiptrekking, daarna was de overname van de elektronica een feit, van muziekinstrument tot in de opnamestudio.

Ik overdrijf. Meer nog, ik hoop zelf dat het niet zo’n vaart loopt, als fan van The Hickey Underworld en alles van Mauro. Maar nieuwe technologie maakt geweldig leuke dingen mogelijk. Ze bevrijdt ons van de fysische beperkingen die een ‘echt’ instrument heeft. Het gebruik van de Reactable is maar één voorbeeld. Hier in Vlaanderen zag ik al eens de Audiocubes aan het werk, waarmee je muziek maakt door het manipuleren van kubussen. Of er is deze installatie waarmee men een metrotrap omtoverde tot een onverwachte muzikale ervaring.

Op deze manier wordt muziek maken een speels avontuur – het werkt ook drempelverlagend en geeft zin in meer.

De laatste jaren is er, ondanks de problemen met piraterij, eigenlijk een geweldige democratisering van de muziekindustrie aan de gang. Het is makkelijker dan ooit om muziek te maken en op te nemen. Nieuwe platformen zoals Sonic Angels of Sellaband willen mensen met talent via het internet de ruimte geven om een eigen publiek te vinden.

Nieuwe instrumenten, nieuwe podia. Creativiteit alom. Feit blijft dat een gitaar stukslaan toch altijd meer rock-’n-roll zal blijven dan ‘Waar zijn die handjes?’ roepen vanachter een keyboard. Dat pakken ze ons toch niet af.

Advies voor Low Net Worth Individuals

De kunstbeurs Tefaf  in Maastricht is net afgelopen. Dit jaar waren er zowat 30.000 objecten te koop voor verzamelaars die na de kredietcrisis weer geld genoeg over hadden voor een Cranach de Oude of een Egyptisch Isisbeeld uit de 6e eeuw voor Christus.

TefafOok al is de kunstmarkt in 2009 met één vierde gekrompen, toch blijft Tefaf een van de weinige plaatsen waar je een “High Net Worth Individual” kan tegenkomen die meer geïnteresseerd is in kunst dan in jachten of private jets. High Net Worth Individuals, dat zijn mensen ‘with investable assets of at least US$1 million, excluding their primary home, collectibles and consumer items’.

Is dat een HNWI, denk je dan, als je een oudere man in pak met een mooie, veel jongere vrouw aan de arm ziet rondlopen?

Maar goed, daar willen we het niet over hebben. Wel over het feit dat Tefaf nu al een paar jaren een afdeling heeft voor decoratieve kunst uit de 20ste eeuw en daarmee bedoelen ze vooral meubels en vazen.

Philippe Denys, die ooit de mooiste zaak van België had op de Zavel maar nu rechtstreeks aan verzamelaars verkoopt, toonde er werk van de Deen Poul Henningsen en de Fin Alvar Aalto, terwijl Galerie Downtown pronkte met ‘pieces uniques’ van industriële Franse ontwerpers die allemaal samenwerkten als Jean Prouvé, Charlotte Perriand, Le Corbusier en zijn neef Pierre Jeanneret.

Industrieel design had nooit de bedoeling duur te zijn, maar dat is anders uitgedraaid. Tik deze namen maar eens in op ebay, als je bewijzen wil zien.

Vandaar mijn advies voor de Low Net Worth Individuals onder ons met een mooie vriendin: ga voor Nederlands design uit de jaren 50’ en 60’ van Friso Kramer, Tjerk Reijenga of Louis Kalff. Zoek dus zeker op ebay.be of Marktplaats.nl op de merken waar die mensen voor ontwierpen als Pastoe, Gispen, Anvia, Philips, Raak, Tornado, Pilastro en je komt af en toe zeer mooie objecten tegen voor de prijs van een paar entreetickets voor Tefaf.

Zelf heb ik zo de Panama lamp op de kop getikt van Wim Rietveld (zoon van Gerrit), en die doe ik nooit meer weg.  De denkwijze van Wim Rietveld over industrieel ontwerp luidde als volgt; “goed van vorm, solide, praktisch en goedkoop”.

Merklap

Voor de geboorte van mijn dochter heb ik een merklap laten borduren door een 90 jarige die nog de kruissteek en de steelsteek machtig is. Daar hebben we dan een geboortekaartje van gemaakt. De merklap is een stuk stof waarop van alles geborduurd kan zijn, zoals figuren, het alfabet, motieven of decoraties.

Sotheby’s, een van de weinige sites waarvoor registreren de moeite loont, veilt dezer dagen de collectie van wijlen antiekhandelaren Francis Egerton en Peter Maitland en jawel, daar zitten  een paar  18de  eeuwse merklappen tussen - lees “embroidered samplers”, geschat 500 £ of meer.

Dus als u nog een breiende oma heeft, zou ik die zeker interpelleren.

Het woord merklap heb ik overigens leren kennen door een excentrieke Nederlandse adelijke vriend, met wie ik mij wel eens naar veilinghuis de Eland begaf in Amsterdam. Daar kan  u vooral grote meubels op de kop tikken, want Nederlanders wonen steeds kleiner.  U kan ook online een koopopdracht geven.  Een typisch Nederlandse “Mahonie met ebbenhouten kussenkast met gestoken fries op 3 bolpoten” heeft u voor 2.000 tot 4.000 euro. Een hangoortafel – die dingen zijn verdomd praktisch – of een chaise longue haalt u al in huis voor 100 euro. Nooit gesnapt overigens, mensen die naar IKEA gaan en daar meer geld neertellen voor iets wat geen verhuis overleeft.

Die vriend van mij heb ik niet meer gezien sedert we in Gent naar het Lam Gods zijn gaan kijken. Ik heb hem toen uit de auto gezet omdat hij bleef tieren dat het een schande was om in een kerk mensen te laten betalen om een schilderij te zien. Dat strookt geenszins met het kerkelijk recht, zo verzekerde hij mij.

Oh ja, en om het dan nog snel over iets digitaals te hebben, er bestaat dus ook zoiets als een open source merklap.  Tot de volgende keer.

The Great Hipstamatic in je achterzak

“Deze toepassing alleen al rechtvaardigt de kostprijs van een iPhone. Het verheft mijn meest banale foto’s tot kunst!” Met deze hyperbool bejubelt een enthousiaste gebruiker de erg populaire iPhone toepassing Hipstamatic (kostprijs: 1,59 eur). Onder de slogan ‘Digital Photography Never Looked So Analog’ transformeert Hipstamatic je smartphone tot een veelzijdige artistieke retro-camera.

Het polaroid-gevoel uit de jaren ‘70? Psychedelische kleureffecten? Allerlei mooi ogende fotoranden die je kiekjes net dat ietsje specialer maken? Hipstamatic doet het voor jou in een handomdraai. Daarvoor zorgen de verschillende lenzen, flitsers en filmpjes die je naar hartelust met elkaar kunt combineren. Het eindresultaat deel je op social media platformen als Flickr of Facebook met je vrienden of andere Hipstamatic-fans. En dit allemaal met een simpele klik. Niet de minste nood aan foto-métier of Photoshopkennis. En toch instantbeeldenpracht. Hoeft het gezegd dat ik fan ben?

Hipstamatic bestaat al veel langer dan de iPhone. Op de site ‘The Great Hipstamatic 100′  staat de volledige, tragische ontstaansgeschiedenis.

Bruce en Winston Dorbowski, twee kunststudenten uit Wisconsin, wilden kunstfotografie toegankelijker maken voor iedereen. In 1982 ontwikkelden ze daarom een goedkope plastieken camera. Technische perfectie was ondergeschikt aan het resultaat: mooie, artistiek verantwoorde foto’s.

Helaas voor de broers bleef de teller staan op 157 verkochte toestellen. In 1984, net voor de Hipstamatic in massaproductie zou gaan, reed een dronken chauffeur Bruce en Winston van de weg. Een abrupt einde van hun verhaal. Derde broer Richard Dorbowski (ook de man achter de site) neemt nu de honneurs waar en gaf toestemming om de iPhone applicatie te ontwikkelen.

Je kunt meer dan één filosofische boom opzetten over de paradox dat we met onze hypermoderne gadgets blijkbaar niets liever doen dan analoge beelden te simuleren. Dat zal wel met onze nostalgie en hang naar authenticiteit te maken hebben. Toch vertelt het succesverhaal ook veel over de kracht en van Apple’s iPhone platform. Eender wie met een sterk idee krijgt de mogelijkheid om een toepassing te ontwikkelen en die aan te bieden aan Apple. In de AppStore zijn ondertussen al meer dan 140.000 toepassingen te vinden, die in totaal al meer dan 3 miljard keer gedownload zijn. En daar zitten pareltjes van innovatie tussen.

Wie zich aangesproken moeten voelen, ja zelfs zich al wat zorgen moeten beginnen maken, dat zijn de Canons en de Nikons van deze wereld. Hun toestellen maken op dit moment nog betere foto’s, maar daar is het – en daar hadden de Dorbowski’s groot gelijk – in de praktijk vaak niet om te doen. We lijken ze liever te trekken met een druk op de ‘virtuele’ gouden Hipstamatic knop. Dit is een trend die alleen maar sterker zal worden. Daarvan getuigen ondermeer het recente boek van Chase Jarvis, ‘The Best Camera is the One That’s With You’, dat gewijd is aan iPhone-fotografie, zelfs voor doorgewinterde fotografen. Of kunstenaars: denk aan Luc Tuymans, die zich in ‘Against The Day’ (Wiels) liet inspireren door met een smartphone gemaakte foto’s.

Lukasweb geretoucheerd

niew en verbeterdAls u wilt weten waar het woord haarscherp van komt, dan moet u naar lukasweb.be surfen en inzoomen op de wenkbrauwen van Margareta van Eyck.

Die wenkbrauwen werden in de 15e eeuw geschilderd met een penseel met één haar. Margaretha had veel tijd om voor haar man te poseren, wat niet kan gezegd worden van de hooggeplaatste figuren die Van Eyck normaal schilderde. Daardoor behoort dit portret tot de top.

Lukasweb is de digitale beeldenbank van Vlaanderen en het onlangs door de National Gallery gerestaureerde portret van de vrouw van Jan Van Eyck maakt daar dus deel van uit. Lukasweb is een goed initiatief.Het biedt de mogelijkheid aan bedlegerige of luie mensen om topstukken uit de Vlaamse Collecties te bekijken of een afbeelding ervan te bestellen. Als de verveling toeslaat, kunnen ze ook een gerelateerd product kopen als de puzzel van ‘De aanbidding van het Lam Gods” 1000 stukjes.

Lukasweb behoort evenwel niet tot de top. Eerder een beetje een Vlaamse primitieve site. Of wat dacht u van volgende copy paste:

“Lukas brengt kunst uit Vlaanderen online!

Lukasweb, jouw virtuele topstukkengids.

Klik hiernaast op de flashbanner om een voorlopige selectie van de topstukken te zien. De lijst wordt in de komende dagen uitgebreid tot alle topstukken mét haarscherpe details online staan!”

Haarscherp ja. Maar wat ‘voorlopige selectie’ en ‘komende dagen’ betreft, daar is het nu wat laat voor. Lukasweb werd gelanceerd in 2006 door Bert Anciaux. Geschat werd dat na de eenmalige investering van de Vlaamse overheid het Reproductiefonds zelfbedruipend zou worden binnen de vijf jaren. Maar die puzzel ging niet op.

Grappig vond ik dat ze niet bij de pakken zijn blijven zitten en dat ze de site geretoucheerd hebben door er bovenaan waspoedergewijs op te plaatsen: Versie 2.0 Nieuw & Verbeterd. Zou de Londense National Gallery ook sites restaureren?