Makers van Cory Doctorow: een coole naam doet ook al veel
17 oktober 2010
De Cobra-redactie stopte mij een paar weken geleden een boek in de handen van Cory Doctorow, die de geeks onder ons ongetwijfeld meteen herkennen als één van de schrijvers achter de populaire blog BoingBoing en als allround kenner van innovatie, nieuwe technology en web 2.0. “Makers”, zijn nieuwste fictiewerk, probeert het midden te houden tussen science fiction, een economische visie en een roman, een evenwicht dat in dit verhaal regelmatig zoek raakt.
We volgen een groepje mensen die bij de fusie van Kodak en Duracell tot, jawel, Kodacell, de kans krijgen hun eigen ideeën naar de markt te brengen, en daarbij van nabij gevolgd worden door een blogster. De speelse en artistieke achtergrond van de twee creatieve breinen leidt natuurlijk tot de nodige spanningen met de zakelijke bedoelingen van hun financiers.
Het is sowieso niet makkelijk een boek te schrijven dat zich afspeelt in de nabije toekomst. 1984 en 2001 (… a Space Oddessey) klinken nu misschien wel letterlijk passé -alhoewel de boeken zelf het allerminst zijn- maar Aldous Huxley en Arthur C. Clarke kozen die data omdat ze zich bij het schrijven op veilige afstand bevonden. Niemand kon met zekerheid zeggen hoe het in werkelijkheid zou uitdraaien en op die manier konden ze behoorlijk ver gaan in hun visie.
Doctorow baseert zich in zijn toekomstbeeld wel heel vaak op dingetjes die hij als blogartikel op BoingBoing post. Zichzelf replicerende 3D printers bijvoorbeeld: de Reprap is een prachtig project, maar het feit dat we er alles kunnen over lezen op Wikipedia en er zelf ook mee aan de slag kunnen gaan, maakt het misschien net iets minder visionair. Hetzelfde kan gezegd worden over de in het boek voorspelde maatschappelijke evoluties: misschien allemaal net te dichtbij? Als je dan in een boek ‘the next big thing’ gaat verzinnen, dan kan je niet anders dan teleurstellen, vrees ik.
Is het wel science fiction dan? Er schuilt namelijk ook een behoorlijk betoog in het boek pro ondernemerschap en creativiteit, met daartegenover het ‘establishment van de grote ondernemingen’. Doctorow vindt in het boek de ‘Nieuw Werk’ beweging uit, waarbij creatieve geesten de ruimte en middelen krijgen om markten te veroveren. Een eigen stille wens van de schrijver misschien, die zichzelf als de verslaggever van het ontstaan ervan ziet? In elk geval lezen we iets over de initiatiefnemers en de eerste projecten. Maar hoewel we ook meteen de ondergang mogen meemaken is hij over de redenen daarvoor behoorlijk summier en is het allemaal mager onderbouwd. Geen business novel à la ‘The goal’ van Goldratt dus (een klassieker in het genre en een leestip voor fans van productieoptimalisatie).
Wat met de kwaliteiten van ‘Makers’ als roman? Ai, dat is meer het werk van een boekendokter denk ik. Maar goed, als lezer kan ik zeggen dat de personages wat aan de platte kant waren en dat ondanks het aantal bladzijden (606) er sprongen gemaakt werden die ik niet geheel netjes vond. Er moest dan ook (te)veel aan bod komen.
Ik ga het daarbij houden, denk ik. ‘Makers’ van Cory Doctorow was niet onaangenaam om te lezen maar in geen van de dingen die het poogt te zijn is het een hoogvlieger. Behalve misschien hierin: alle boeken van Doctorow verschijnen onder een Creative Commons licentie. Dit laat mensen toe om ze voor niet-commerciële doeleinden te kopiëren of te hergebruiken. En in deze tijden van copyright-excessen is dat een verademing.



Maar waar wilden we het nu wel over hebben? Juist ja, webdocumentaires.
Maar misschien is het ook mijn eigen schuld. Wanneer men mij vraagt wat ik doe, durf ik mij al eens te beperken tot een cryptisch ‘iets met computers’. Daarna wacht ik even af of er meteen een waas voor de ogen van mijn gesprekspartner verschijnt of die zelfs wit wegdraaien en dan weet ik of ik wat meer in detail mag gaan of er beter meteen mee ophoud. ICT is voor velen een mysterie, en men wil alleen het goud zien dat het resultaat is van de alchemie, maar zeker niet in aanraking komen het lood dat aan de basis ligt.
Ook al is de kunstmarkt in 2009 met één vierde gekrompen, toch blijft Tefaf een van de weinige plaatsen waar je een “High Net Worth Individual” kan tegenkomen die meer geïnteresseerd is in kunst dan in jachten of private jets. High Net Worth Individuals, dat zijn mensen ‘with investable assets of at least US$1 million, excluding their primary home, collectibles and consumer items’.
Industrieel design had nooit de bedoeling duur te zijn, maar dat is anders uitgedraaid. Tik deze namen maar eens in op ebay, als je bewijzen wil zien.
Als u wilt weten waar het woord haarscherp van komt, dan moet u naar
Laatste reacties